Op reis zijn we allemaal. Waarheen? Geen idee. Een reis zonder bestemming, zonder vaste route. Soms een rechte lijn, soms een doolhof. De reis naar jezelf.
Je stapt in de trein van het leven, zonder te weten waar je uitkomt. Je doet alsof. Zoals vroeger. Alsof er een richting is. Je zit bij het raam. Buiten flitsen velden voorbij: groen, grijs, groen. Het wordt een ritme, een trance. En in die flitsen zie je flarden van vroeger. Jij in de zandbak. Knieën vies, haar in de war. Toen tijd nog geen begrip was. Je leefde in het moment. Er hoefde niets. De wereld was klein, veilig en overzichtelijk. In de zandbak werd een hoop zand een kasteel, een kuil een geheime plek. En morgen? Morgen bestond nog niet.
Wanneer begon het vragen te stellen? Wanneer werd leven iets wat je moest begrijpen in plaats van doen? Veranderde de wereld, of jij?
De trein beweegt voort en de wereld raast voorbij alsof ze haast heeft. Binnen zit iedereen rechtop. Schermen lichten op in gezichten, duimen blijven scrollen, alsof er niets gemist kan worden. We kijken de hele dag naar elkaars leven, maar zien elkaar steeds minder. Iedereen in zijn eigen bubbel, met een eigen bestemming, of het idee daarvan. “Is het leuk om ouder te worden?” Een kind vroeg het ooit, alsof het simpel was. Je glimlachte en zei: “Ja, soms.” Je zei niet dat het drukker wordt in je hoofd en nooit meer echt stil. Dat je moe kunt zijn zonder dat iemand het ziet. Dat je soms bang bent dat je te laat bent begonnen met leven. Dat woorden blijven hangen. Dat mensen verdwijnen zonder uitleg. Dat je jezelf kunt kwijtraken zonder dat iemand het merkt.
De trein heeft tussenstops. Mensen stappen in. Mensen stappen uit. Iedereen ergens naartoe. Iedereen met zijn eigen verhaal. En soms raken die verhalen elkaar even. In dezelfde trein. In hetzelfde moment. Alsof we heel even instappen in elkaars leven.
Het lijkt alsof iedereen weet waar hij heen gaat. Alsof iedereen ergens aankomt. Maar wat als dat niet zo is? Wat als het alleen zo lijkt?
Soms lijkt het alsof iedereen zijn plek al heeft gevonden. Alsof iedereen weet wat hij doet. Behalve jij. Alsof je iets gemist hebt. Alsof jouw trein al jaren stilstaat bij hetzelfde station, terwijl andere treinen aan je voorbijrazen zonder dat je kunt overstappen. Maar is dat de werkelijkheid? Is dit het verhaal dat je jezelf al jaren vertelt, of wordt dat beeld geschetst door de wereld.
Je verplaatst je richting de stiltecoupé. Voor het eerst is het echt stil. Geen stemmen. Geen haast. Maar rust. We leven luid. Te luid. Alsof stilte niet meer mag bestaan. Alsof alles gezegd moet worden. Maar het hoeft niet groot. Niet harder. Niet meer. Soms is het genoeg om naast iemand te zitten in plaats van ertegenover.
De wereld is niet altijd mooi. Soms is ze rauw. Oneerlijk. Spuuglelijk. Maar soms valt de zon naar binnen. Alsof ze alles wat lelijk is even op afstand houdt.
Langzaam veranderen de velden in een weerspiegeling van jezelf. Ineens sta je oog in oog met de tijd. En dan vallen alle puzzelstukjes samen. Al die tijd probeerde je jezelf in te halen, terwijl je er al die tijd al was. Soms is stilstaan geen einde, maar ademen. Kijken. Voelen. Misschien is dat het. Niet aankomen. Niet begrijpen. Niet oplossen. Maar blijven. Ademen. Niet alles vast willen houden.
Misschien begint het daar. Niet bij doorgaan, maar bij erkennen: dit doet pijn. Ik ben moe. Ik weet het even niet meer. Dat je verdwaalt bent geraakt in alles wat moest. Want misschien doen we allemaal hetzelfde. Doen we alsof we weten waar we heen gaan, terwijl niemand zeker weet welk station het juiste is. We razen voorbij de velden. Groen. Grijs. Groen. De trein beweegt, ook als jij denkt dat je stilvalt. En misschien is dat het vreemde: dat je altijd onderweg bent, zelfs als je het niet voelt.
Vergeet niet wie je was, terwijl je probeert te worden wie je bent. Soms heb je geen plan en geen richting nodig. Alleen moed. Niet alles moeten weten, maar dat leren omgaan met het niet-weten. En vertrouwen dat je ergens uitkomt. Niet altijd waar je dacht, maar precies waar je moet zijn. Zoals vroeger in de zandbak. Want de zandbak was nooit alleen een plek. Het was een manier van kijken. En misschien ben je die niet kwijtgeraakt. Misschien ben je hem alleen vergeten. Niet de zandbak. Maar jezelf.
Reactie plaatsen
Reacties